maart 2011


+70 spelers, dansers, muzikanten


Artistieke leiding, schrijver

Het verhaal van Idomeneo heb ik vertaalt naar een theatertekst. Hierin wordt het verhaal verteld door acht vertellers. Acht jongeren die zich afvragen: wat voor vader zou ik zijn? Wat voor moeder? Zou ik mijn carrière belangrijker vinden dan mijn kind? Hoe zijn mijn eigen ouders eigenlijk? En de hamvraag: zou ik mijn eigen kind kunnen doden?

Idomeneo is tien jaar weg geweest om met andere koningen oorlog te voeren tegen de bewoners van de stad Troje. Eindelijk is de oorlog voorbij en Idomeneo mag terug naar zijn land. Maar de god van de zee, Poseidon, is woedend over de verwoesting van Troje en zorgt voor een vreselijke storm. Het schip van Idomeneo vergaat en de koning is bang om te verdrinken. Hij belooft de eerste mens die hij tegenkomt als hij thuiskomt te offeren aan Poseidon. Idomeneo is tien jaar weg geweest om met andere koningen oorlog te voeren tegen de bewoners van de stad Troje. Eindelijk is de oorlog voorbij en Idomeneo mag terug naar zijn land.Maar de god van de zee, Poseidon, is woedend over de verwoesting van Troje en zorgt voor een vreselijke storm.

Het schip van Idomeneo vergaat en de koning is bang om te verdrinken. Hij belooft de eerste mens die hij tegenkomt als hij thuiskomt te offeren aan Poseidon. Dat is geen nette belofte, maar mensen doen wel ergere dingen als ze bang zijn. En het lijkt wel of de woede van Poseidon hierdoor bedaart. De zee wordt opeens wonderlijk kalm. Idomeneo is zijn schip en zijn bemanning kwijt maar hij spoelt zelf levend en wel aan op een strand. Een treurige, verliefde jongen vindt hem daar: zijn zoon Idamante. De eerste die hij tegenkomt aan land.

Idomeneo is het verhaal over oorlog, maar eigenlijk een verhaal over liefde: liefde voor het vaderland, liefde voor elkaar en vooral een verhaal over de liefde voor zichzelf. Maar welke liefde is het sterkst… ‘Sterven? Om iemand anders te redden? Wie zou dat doen? Ik kan het me niet voorstellen. Doodgaan voor iemand anders? Ik denk niet dat ik dat kan.’